‘Stapel boeken, kleed erover …. en weer een bijzettafeltje’

…aldus Henk Voorn in een interview over de ongebreidelde groei van zijn privéverzameling (boeken over) papier. Thuis kon hij die grote verzameling niet langer veilig opbergen. Er was al eens een wand boeken naar voren gestort, waaronder zijn vrouw werd bedolven. Uiteindelijk besloot hij in 1970 zijn verzameling te koop aan te bieden. De bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek, de heer Reedijk, kwam bij hem op bezoek en er werd een goede ‘deal’ gesloten: de collectie kwam in het bezit van de KB en Henk Voorn werd officieel aangesteld als eerste conservator van ‘zijn eigen’ verzameling, voortaan: de papierhistorische collectie van de Koninklijke Bibliotheek. Henk Voorn werd na zijn pensioen in 1986 opgevolgd door Albert Elen en in 1990 nam ik, Henk Porck, het beheer van de collectie over.

De Volkskrant bracht 19 januari het nieuws dat de KB heeft besloten het conservatorschap van de papierhistorische collectie niet langer voort te zetten. De krant berichtte over de petitie waarmee bijna duizend bezorgde boekwetenschappers en papierhistorici hun kritiek op die beslissing uiten. Hoe de ontwikkelingen ook verder gaan, het is in ieder geval een goede aanleiding om enkele herinneringen van de ‘laatste conservator’ in dienst (1990-2016) te delen. Er is veel te vertellen over de rijke inhoud van de collectie, nieuwe aanwinsten, interessante ontdekkingen van de onderzoekers …. maar het eerste verhaal moet toch gaan over de oprichter van de collectie zèlf.

Henk Voorn (1921, Amsterdam) ging op z’n zestiende werken bij H.L. Schuurmans, een Amsterdamse firma die bemiddelde bij de verkoop van papier aan de Nederlandse groothandel. Daar legde hij de basis voor vele contacten in de papierindustrie. Omdat de import van papier in de oorlog vrijwel onmogelijk was, veranderde hij in 1942 van baan. Hij kwam in dienst van het Rijksbureau voor Papier, dat belast was met de verdeling van de papiergrondstoffen en het geproduceerde papier. In zijn rapport Papier in den oorlog (1946) beschrijft hij de werkwijze van het bureau tijdens de oorlogsjaren. Dit rapport vormt min of meer het begin van zijn belangstelling voor de geschiedenis van de papierindustrie.

Voorns volgende stap in zijn loopbaan was de oprichting van De Papierwereld. Dit tijdschrift voor de papierindustrie, waarvoor hij zich als redacteur en auteur jarenlang fulltime en met hart en ziel inzette, hield zich tot 1980 staande. Alle jaargangen zijn binnenkort via Delpher raadpleegbaar.

Door zijn werkzaamheden voor De Papierwereld belandde Henk Voorn definitief op het terrein van de papiergeschiedenis en ging naast het bestuderen van literatuur ook steeds meer zelf onderzoek doen in de Nederlandse archieven. Zo legde hij de basis voor zijn ‘magnum opus’ De geschiedenis der Nederlandse papierindustrie, die in drie dikke delen in 1960, 1973 en 1985 werd gepubliceerd. Het laatste deel was een officiële en betaalde opdracht van de Vereniging van Nederlandse Papier- en kartonfabrieken (VNP). Eerder was Voorn door de VNP aangesteld als directeur van de Stichting voor het Onderzoek van de Geschiedenis der Nederlandse Papierindustrie. De huidige Stichting Papiergeschiedenis Nederland is de ‘opvolger’ van deze stichting.

De wens om alles wat hij graag wilde lezen zelf te bezitten, was de belangrijkste drijfveer voor het aanleggen van zijn verzameling. In de jaren 1950-1970 was die literatuur nog niet zo kostbaar. Henk Voorn had een neus voor bijzondere werken: hij kocht op de rommelmarkt van het Waterlooplein in Amsterdam vroeg 19de-eeuwse vakliteratuur voor een kwartje per deel, boeken die nu 200 à 300 euro opbrengen. Voor zestig gulden kocht hij bij een boekenstalletje aan de Seine het beroemde werk Art de faire le papier van J. de la Lande uit 1761.

Henks papierhistorische verzameling groeide en groeide. Zijn huis in Haarlem werd naast werkplek en bibliotheek geleidelijk ook een museum. Al was het huis in Haarlem een stuk groter dan het oude bovenhuis in Amsterdam, het bleef passen en meten.

Dankzij financiële steun van de VNP en zijn goede persoonlijke contacten en vriendschappen, haalde Voorn belangrijke aanwinsten voor zijn verzameling binnen, zoals kostbare werken van de papierhistoricus Dard Hunter, in beperkte oplage gepubliceerde werken uit de Bird & Bull Press en zeldzame 18de-eeuwse publicaties van Jacob Christian Schäffer met beschrijvingen (en monsters!) van experimenten met het maken van papier zonder lompen.

Hij verzamelde naast vakliteratuur allerlei documentatie en objecten, zoals schepramen. En natuurlijk vele originele vellen papier – handgeschept en machinaal – uit verschillende tijden en landen, zowel Westerse als Oosterse. Heel interessant, qua inhoud en uitvoering, zijn de door papierfabrikanten uitgegeven monsterboeken, met stalen van hun papierassortiment. De deelverzameling sierpapieren, die aanzienlijk werd uitgebreid nadat de collectie Voorn in de KB terechtkwam, is van wereldfaam: alle soorten sierpapier, zoals marmerpapier, stijfselverfpapier, blokdrukpapier en brokaatpapier, zijn ruim vertegenwoordigd.

Voorns grote netwerk van binnen- en buitenlandse contacten ontwikkelde zich tot een internationale vereniging, de ‘International Association of Paper Historians’ (IPH). Henk was een van de oprichters (Bamberg, 1959) en werd op het derde congres gekozen als eerste president. Net zo hartstochtelijk als aan papier, was hij toegewijd aan de IPH-organisatie. Hij werkte vele jaren als redacteur en vaste auteur van de periodiek IPH Information (tegenwoordig IPH Paper History). In 1974 werd hij tot erevoorzitter benoemd.

De verwerving van Voorns verzameling door de Koninklijke Bibliotheek in 1971 en zijn aanstelling als conservator waren een erkenning van zijn grote en waardevolle verdiensten. Deze erkenning kreeg een vervolg in 1985 met zijn benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau door toenmalig koningin Beatrix.

Ter gelegenheid van zijn pensionering en afscheid van de KB in 1986 kreeg Henk een tentoonstelling en bijbehorende publicatie aangeboden: VOORNamelijk Papier. Deze publicatie bevat naast een beschrijving van zijn leven en carrière, een gedetailleerde lijst van zijn vele bijdragen aan de vakliteratuur – boeken en tijdschriftartikelen – bijna tweehonderd in aantal.

Na zijn pensioen bleef hij nauw betrokken bij de papierhistorische collectie van de KB en was altijd bereid tot advies en beantwoording van vragen. Nadat ik in 1990 het conservatorschap overnam, kwam Henk nog regelmatig langs om te zien of er aanwinsten aan ‘zijn’ collectie waren toegevoegd. Inmiddels was hij verhuisd naar een appartement in Velp, vlakbij de plek – hoe kon het ook anders – waar ooit een Veluwse papiermolen stond.

Henk Voorn overleed in 2007 op 86-jarige leeftijd. Als vertegenwoordiger van de Koninklijke Bibliotheek mocht ik bij het afscheid enkele woorden uitspreken ter herdenking aan zijn grote verdiensten. Het levensverhaal van Henk Voorn is dat van een man met een passie voor papier. Door zijn inzet en kennis ontwikkelde hij zich tot een ware autoriteit op het terrein van de geschiedenis van papier.

Henk Porck