Voorbeeld onderschrift

Geschiedenis van papier maken in Nederland

De uitvinding van papier wordt toegeschreven aan de Chinees T’sai Lun in het jaar 105. Voor die tijd werd voor overdracht van gegevens gebruik gemaakt van onder andere perkament en papyrus. Perkament wordt gemaakt uit dierenhuid. Papyrus is een product dat wordt gemaakt uit de stengel van de langs de Nijl groeiende plant cyperus papyrus. Papyrus was meer dan vierduizend jaar in gebruik.

In 751 namen de Arabieren de kennis van papier maken over van Chinese krijgsgevangenen. Via Noord-Afrika kwam papier maken binnen in Italië en Spanje. In Nederland bouwden Hans van Aelst en Jean Lupaert in 1586 in Zwijndrecht de eerste papiermolen. Jan Jacobzn du Bois, evenals van Aelst afkomstig uit Vlaanderen, trok door naar Alkmaar en werd de grondlegger van de Zaanse papierindustrie.

Ongeveer 15 eeuwen nadat T’sai Lun het eerste papier produceerde werd het eerste Nederlandse papier gemaakt. Dat gebeurde in een watermolen bij Gennep. In de volgende eeuwen groeide de papiernijverheid uit tot een van de belangrijkste bedrijfstakken van ons land. Na de uitvinding van de boekdrukkunst nam in de welvarende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de vraag naar papier sterk toe.

Op de Veluwe steeg het aantal watermolens waarin boeren papier schepten tot 150 en in de Zaanstreek verrezen in de 18eeeuw zo’n veertig windmolens. In Nederland vervaardigd papier was van hoge kwaliteit en internationaal geliefd. In de negentiende eeuw veranderde het papierlandschap volkomen. Molens maakten plaats voor fabrieken. Steeds meer papiermakers investeerden in stoommachines en kochten papiermachines waarmee steeds grotere hoeveelheden werden gemaakt.

Voorbeeld van een echt erg lang onderschrift dat zeer waarschijnlijk over een groot deel van de foto valt.

Wind en water

Nederland telde vanaf de zeventiende eeuw twee soorten papiermolens: windmolens en watermolens. Water en wind waren nodig als energiebron om de grondstoffen voor papier te bereiden. Schoon water was daarnaast onmisbaar. Papiermakers vervaardigden uit lompen een viltige massa. Dat gebeurde door oude kledingstukken, zeildoeken en touwen met veel water fijn te stampen. Daarvoor was veel energie nodig en die energie kwam van de molens.

Een belangrijke uitvinding was die van de ‘Hollander’, een apparaat waarmee de lompen nog fijner gemaakt konden worden en waardoor veel sneller gewerkt kon worden. Papier maken was een tijdrovende aangelegenheid. Als de papierpulp bereid was, kwam die uiteindelijk in een schepkuip. De papierschepper vormde met een zeef van koperdraad een blad. Er volgde een lang proces van persen en drogen voordat sprake was van een schrijfbaar product.

De Industriële Revolutie met zijn stoomkracht en dure machines zorgde voor versnelling van het productieproces. De uitvinding van de papiermachine vormde een ware technologische revolutie. De schepper en zijn medewerkers waren nu overbodig en verschillende stappen in het productieproces werden geïntegreerd. Het principe van papier maken bleef onveranderd. Nog steeds moesten papiermakers pulp bereiden, en nog steeds moest de pulp worden ontwaterd voordat de rollen papier op de markt werden gebracht.

Veluwe en Zaanstreek

De oude papierscheppers waren in het hele land te vinden, maar de meesten bevonden zich op de Veluwe en in de Zaanstreek. Dat waren tussen de zestiende en negentiende eeuw de centra van de papiernijverheid. In de Zaanstreek stonden windmolens die – bij voldoende wind – veel energie konden opleveren voor de bereiding van de pulp.

Goede reputatie

Nederlandse papierscheppers hadden een goede internationale reputatie. Hun ambachtelijke papier was zo goed dat ze lang aan beproefde productieprocessen vasthielden. In internationaal opzicht verloor Nederland in de negentiende eeuw haar toppositie aan buitenlandse producenten die in een vroeg stadium investeerden in moderne technologie. Steeds meer molens werden stilgelegd.

Pas in het midden van de eeuw pionierden de eerste papiermakers met machinaal vervaardigd papier. Daarna ging het snel. Aan het begin van de twintigste eeuw telde Nederland ruim twintig papierfabrieken, die op vijftig machines steeds meer papier vervaardigden. Lompen maakten plaats voor houtslijpsel en cellulose. Er ontstonden grote ondernemingen als Van Gelder Zonen met verschillende vestigingen in het land en KNP (Maastricht). Voortdurend vonden verbeteringen plaats, waardoor de productie werd opgevoerd. Dat was hard nodig, want de papierhonger van de Nederlanders was groot. De fabrieken groeiden en steeds meer mensen vonden er werk. In 1950 telde de bedrijfstak ruim vijftig ondernemingen die ruim honderdduizend ton papier maakten.

Samenwerking

Al in de zeventiende eeuw werkten papiermakers samen om bijvoorbeeld beschermende maatregelen af te dwingen tegen buitenlandse concurrenten. De samenwerking kwam relatief eenvoudig tot stand. Papier maken was vaak een familieaangelegenheid en de meeste papiermakers kenden elkaar.

Aan het begin van de twintigste eeuw werd samenwerking steeds belangrijker. In 1904 werd de Vereeniging van Nederlandsche Papierfabrieken (VNP) opgericht. De leden lobbyden bij de overheid over invoertarieven, belastingen of de aanleg van wegen. Door het kapitaalintensieve karakter van de bedrijfstak werd samenwerking steeds belangrijker. De vereniging ontwikkelde zich tot de verbindende schakel binnen de sector en nam talloze initiatieven om de bedrijfstak in internationaal perspectief concurrerend te houden. De vereniging ging met haar tijd mee en probeerde samen met haar leden te voldoen aan de eisen die de samenleving stelde aan het produceren van papier. Het takenpakket werd verder uitgebreid.

Na de Tweede Wereldoorlog stond onderwerpen als arbeidsomstandigheden, milieu en energiebesparing steeds prominenter op de agenda. In samenwerking met haar leden, de overheid, klanten en leveranciers speelde en speelt de VNP een belangrijke rol in verduurzaming van de bedrijfstak.

De moderne papierindustrie

Na de Tweede Wereldoorlog vertienvoudigde de productie van de Nederlandse papierindustrie. De fabrieken maakten nu zo’n drie miljoen ton papier en karton. Tegelijkertijd halveerde tussen 1950 en 2000 het aantal fabrieken. Steeds minder bedrijven produceren dus steeds meer. Nieuwe grondstoffen deden hun intrede. In toenemende mate maakten de fabrieken gebruik van oud papier. De Nederlandse papierindustrie werd een van de toppers op het gebied van recycling.

De Nederlandse papiersector werd in deze periode steeds meer onderdeel van de internationale papiermarkt. Multinationale ondernemingen uit verschillende delen van de wereld toonden interesse in goed presterende Nederlandse papierbedrijven. Talloze Nederlandse fabrieken kwamen na de jaren zestig in handen van internationale concerns. Fusies en overnames komen tot op dit moment regelmatig voor.