Papier maken op de Veluwe

De Veluwe is tot op de dag van vandaag een van de belangrijkste papiergebiedenvan ons land. Papier maken was er mogelijk door de aanwezigheid van beken, dé energiebron van de streek. Aan het einde van de zestiende eeuw waren reeds tientallen watermolens in gebruik, zoals koren-, olie-, slijp- en volmolens. Van Aelst – de bouwer van de eerste Nederlandse papiermolen – trok van Dordrecht naar Arnhem, waar hij in 1592 aan de onderloop van de Sint Jansbeek een papiermolen oprichtte. Aan de Renkumse beken wordt in 1598 papiermolen Achter De Bock voor het eerst vermeld. De oudste molen aan de Heelsumse beken is de Oude Heelsumse Papiermolen uit omstreeks 1602.

Marten Orges
Marten Orges was de eerste papiermaker aan de noordkant van de Veluwe. Hij trouwde met Geertje Dirx Schut en had met haar 2 zonen en 1 zoon uit een eerder huwelijk van Geertje. Waar hij vandaan kwam is onbekend. Hij was ’Meister Papiermacher’.In 1601 pachtten zij een molen in Beekbergen, de Tullekensmolen. Zoon Pouwel Martens, die zich later Schut noemde, was papiermaker in Wormingen en is de grondlegger van de papierdynastie Schut.

Beken
Op de Veluwse stuwwallen hadden zich beken gevormd. Deze werden gevoed door natuurlijke bronnen. Hierlangs werden watermolens geplaatst, vanaf het eind van de zestiende eeuw ook papiermolens.

Veluwse papiermolens
Het verschil tussen de Veluwse watermolens en de windmolens in de Zaanstreek was groot.

Veluwse papiermakers
Bekende namen uit de Gelderse papiergeschiedenis zijn onder anderen Van Delden, Van Houtum, Sanders, Berends, Huiskamp, Palm, Schut en Pannekoek. Zij overleefden eind achttiende-begin negentiende eeuw de ‘Franse tijd’ en slaagden erin om midden negentiende eeuw de stap naar het ‘eindloze papier’ te maken. Zo speelde bijvoorbeeld het geslacht Pannekoek een belangrijke rol aan de Zuid-Veluwerand.